Plantproblemen A–Z
Veelvoorkomende ziekten, symptomen en plagen bij kamer- en tuinplanten — zo herken je ze en dit kun je eraan doen.
Symptomen
Bladeren vallen af
Bladval door stress, minder licht, te veel of te weinig water, tocht of ongedierte; groene en gele bladeren helpen de oorzaak bepalen.
Bruine bladpunten
Droge lucht, fluoride- of zoutophoping, te weinig water, meststoffenverbranding of hittestress. Het patroon van de bruine verkleuring helpt de oorzaak bepalen.
Bruine vlekken op bladeren
Schimmelvlekken, zonnebrand, meststoffen, koude of plagen; de vorm, rand en plek wijzen meestal op de oorzaak.
Gele bladeren
Zeven oorzaken: te veel water, te weinig water, licht, voedingsstoffen, wortelrot, zonnebrand en natuurlijke veroudering. Welke bladeren eerst geel worden, geeft de oorzaak vaak weg.
Kleverige bladeren
Honingdauw van sapzuigende plagen (schildluizen, bladluizen, wolluizen, witte vlieg) of natuurlijke guttatie; controleer eerst de onderkant van de bladeren.
Krullende bladeren
Bladeren krullen naar binnen door te weinig water, hitte of ongedierte; omlaag door te veel water, kou of wortelproblemen.
Slaphangende of verwelkende plant
Verwelking in droge grond betekent dorst; in natte grond wortelrot; plotseling slap na verplaatsing wijst op stress.
Te veel of te weinig water
Beide veroorzaken gele, hangende bladeren; grondvocht, bladstructuur (zacht of knisperend) en de eerste aangetaste bladeren maken het verschil.
Witte vlekken op bladeren
Meeldauw, wolluizen, mineraalafzetting door hard water of oedeem — aan structuur en plaats herken je het verschil.
Plagen
Bladluizen
Zachte groene, zwarte of witte insecten in groepjes op jonge scheuten; veroorzaken gekrulde, kleverige bladeren.
Rouwvliegjes
Kleine zwarte vliegjes boven de potgrond; larven eten wortels in voortdurend vochtige aarde.
Schildluizen
Bruine of beige, onbeweeglijke bobbeltjes op stengels en aan de onderkant van bladeren; zachte of pantserluizen die honingdauw afscheiden.
Spintmijten
Kleine mijten (*Tetranychus urticae*) die bladeren laten verkleuren en fijne webben spinnen; ze gedijen in warme, droge lucht.
Trips
Slanke insecten van 1–2 mm die over het blad schrapen en zilverkleurige strepen en zwarte uitwerpselspuntjes achterlaten.
Wolluizen
Witte, wollige insecten in bladoksels en op stengels die sap zuigen en kleverige honingdauw achterlaten.
Ziekten
Bladvlekkenziekte
Schimmel- of bacterievlekken met donkere randen of gele kringen; verspreiden zich door opspattend water en natte bladeren.
Echte meeldauw
Witte, poederachtige laag op bladeren, veroorzaakt door schimmels uit de orde Erysiphales; veegt met een vinger weg en verspreidt zich via sporen door de lucht.
Wortelrot
Bruine of zwarte, papperige wortels door kletsnatte grond (*Pythium*, *Phytophthora*, *Fusarium*); gele bladeren en verwelking ondanks natte grond.
Plantengidsen
Bruine vlekken op vioolbladplant
Donkere vlekken vanuit het midden wijzen op wortelrot; knapperige randvlekken op droogte of droge lucht; bleke plekken op zonnebrand.
Gele bladeren aan een pothos
Meestal te veel water, gevolgd door weinig licht, een volle wortelkluit en koude tocht; pothossen verdragen droogte beter dan natte voeten.
Gele bladeren bij Monstera
Meestal te veel water of weinig licht; ook natuurlijke veroudering, een voedingstekort of plagen zijn mogelijk.
Slappe bladeren bij sansevieria
Zachte, gerimpelde of instortende bladeren wijzen op rot door te veel water of kou; snijd terug tot stevig weefsel en verpot droog.
Slappe vredeslelie
Dramatisch slap hangen door dorst herstelt binnen enkele uren na water geven; slap hangen in natte potgrond wijst op wortelrot.